Carillons

carillon-1.jpgEen klokkenspel (andere namen daarvoor zijn carillon en beiaard) bestaat uit een reeks klokken, die zo zijn gestemd dat je er een melodie op kunt spelen. Klokken worden uit brons gegoten. Sinds het begin van de zestiende eeuw worden carillons gemaakt. Ze zijn opgehangen in kerktorens en stadhuistorens, vooral in Nederland en in België.
In een hoge toren wordt bij voorkeur een beiaard met zware klokken gehangen, in een laag torentje een licht carillon. Doesburg heeft een groot carillon van 47 klokken.
Een carillon wordt met vuisten en voeten bespeeld, maar dit kan ook automatisch. Het automatische spel in de Doesburgse toren is tegenwoordig computergestuurd, maar werd vroeger mechanisch aangedreven door een ronddraaiende trommel waar pennetjes uitstaken.
In Nederland zijn ongeveer 190 carillons die worden bespeeld door zo’n 40 beiaardiers. Dit zijn vakmusici die vaak in dienst zijn van een gemeente.
Elke klok van het carillon heeft een klepel en een electromagnetische hamer.
De hamers zijn voor het automatische spel. De klepels zijn door metalen draden verbonden met het stokkenklavier en het pedaalklavier. De kracht van de aanslag bepaalt de sterkte van de klank, zodat de beiaardier in allerlei dynamische schakeringen kan spelen.

Het Doesburgs carillon

Toen Doesburg in 1655 een carillon kreeg, had de toren al luidklokken uit 1549 en 1639. Het carillon werd waarschijnlijk in de perode eind 1654 - begin 1655 door de klokkengieters Hemony te Zutphen op proef gestuurd. Op 14 maart 1655 besloot de Magistraat Doesburg het klokkenspel te houden en een collecte te houden om de kooppenningen bijeen te krijgen. De opbrengst van de collecte was niet voldoende. Bij contract van 16 september 1656 werd een prijs van 2662 gulden en 3 stuiver overeengekomen en dat de betaling zou geschieden in natura (oude klokken waarvan het brons door de Hemonys opnieuw gebruikt kon worden) en in contanten. Pas in 1687 werd, na een langdurig proces, aangespannen door de Hemonys, door Doesburg aan de betalingsverplichtingen voldaan.

Een uitgebreide versie van de prille geschiedenis van het Doesburgs carillon is te lezen in dit artikel uit 'Klok en Klepel' van december 2012.

De klokken werden opgehangen in een speciale uitbouw op de trans van de toren, aan de noordoost-zijde. Zo was het carillon beter te horen dan wanneer het binnenin de toren gehangen zou worden.
In 1723 kwamen er drie klokken bij. In 1912 verhuisde het carillon naar de klokkenzolder in de toren. Omdat lage tonen ontbraken, klonk het toen als een ‘reus met een piep­stemmetje’.

luidklok-1.jpgBij het opblazen van de toren op 15 april 1945 werden twee van de vier luidklokken vernield. Van de 23 klokken van het carillon bleven er 16 min of meer gespaard. Slechts acht van de Hemonyklokken bleken bruikbaar in een nieuw carillon. In 1945 werd er door de Doesburgers ƒ20.000 bijeen gebracht voor de restauratie van kerk en toren. De totale wederopbouw kostte acht miljoen gulden.
Het nieuwe carillon kreeg vier octaven, doordat het met een laag octaaf werd uitgebreid. De ‘piepstem’ was daarmee verleden tijd. De 39 nieuwe klokken werden gegoten door de firma Eijsbouts in Asten. Op 5 mei 1965 werd de eerste bespeling gegeven op het carillon dat nu 47 klokken had.
Het carillon is gestemd in de zogenaamde middentoonstemming, een oude stemming met prachtige reine tertsen maar ook enkele ‘wringende’ kwinten.

De vier grootste klokken kregen namen van personen die zich na 1945 hebben ingezet voor de wereldvrede:
– Koningin Wilhelmina, met op de rand ”Gods adem is langer dan de onze”
– Paus Johannes XXIII, met op de rand “Dat door herstel van de juiste sociale orde alle volkeren eindelijk voorspoed, vrede en vreugde mogen genieten”
– President John F. Kennedy, met “Tegenwoordig kan geen volk zijn toekomst alleen opbouwen”
– Robert Schumann (de Europa-klok), met “Het nationale groeit naar het ­bovennationale”.
In de toren hangen behalve het carillon ook nog steeds twee grote luidklokken. De grootste daarvan is uit 1549. Die luidde altijd ‘s middags om 12.00 uur. Door de val in 1945 werd de rand beschadigd. Sinds 1993 ligt die klok onder de glazen plaat van het oorlogsmonument van Jan Wolkers, naast de kerk. In de toren hangt nu een kopie, die ook om 12.00 uur ’s middags luidt. De ‘papklok’ die om 21.00 luidt, is van 1639. Deze avondklok luidde vroeger wanneer de stadspoorten werden gesloten.
scholenproject-2007.jpgOnderaan de torenspits staat op de trans een kleine dakkapel. Daarin hangen drie klokjes uit het oude carillon. Zij geven de ‘klik’ aan, zeven minuten vóór het hele uur. Twee ervan zijn van Hemony uit 1654, de derde van Jan Albert de Grave, uit 1723.